Antimicrobial Stewardship

Antimicrobial Stewardship

Antimicrobial Stewardship betreft het bewaken van het antibioticabeleid en wordt als één van de belangrijkste maatregelen gezien om onnodig of onjuist gebruik van antimicrobiële middelen te beperken en daarmee resistentieontwikkeling tegen te gaan, klinische uitkomsten te verbeteren en kosten te verminderen. Bij het correct voorschrijven van antibiotica worden een aantal basisprincipes in acht genomen. Het naleven van deze principes door alle voorschrijvers is het uiteindelijke doel van een Antimicrobial Stewardship Programma.

De taken zijn in grote lijnen als volgt (gebaseerd op het SWAB visiedocument, 2012):

  • Toezicht houden op en bevorderen van het correct voorschrijven van antibiotica in het ziekenhuis en het naleven van bestaande lokale, nationale of internationale richtlijnen bij de behandeling van patiënten.
  • Hiertoe monitort het A-team antibioticumgebruik en voorschrijfgedrag, en initieert het A-team waar nodig interventies gericht op het verbeteren van bepaalde aspecten van het voorschrijfgedrag.
  • Het volgen van lokale antibioticumgebruikscijfers en resistentieproblemen en landelijke trends met betrekking tot opduikende pathogenen en resistente micro-organismen.

 

Resistentieproblematiek beheersbaar houden:

Om de resistentie-ontwikkeling te beheersen, is het van belang antibiotica slechts toe te passen op strikte indicatie, in de juiste dosering en met de juiste therapieduur. Een aantal middelen worden in reserve gehouden (d.w.z. zo min mogelijk gebruikt), zodat resistentie tegen deze middelen (b.v. meropenem en vancomycine) zoveel mogelijk wordt voorkomen.

           

Pijlers van een goed antibioticum beleid:

  • Optimale therapie- en profylaxeschema’s toepassen:

Teneinde de optimale schema’s vast te stellen is het bestaande beleid getoetst aan de meest recente literatuurgegevens over de toepassing van antibiotica, met als aandachtspunten de klinische effectiviteit, spectrum, penetratie, dosering, kinetiek en kosten. Tevens is rekening gehouden met de in-vitro resistentiegegevens uit de eigen regio.

  • Doelmatig toepassen van antibiotica:    

Het antibioticabeleid geeft het keuzemiddel aan wanneer het kweekresultaat nog niet bekend is, en men op klinische gronden reeds wil starten. Nadat het kweekresultaat en de gevoeligheidsbepaling bekend zijn, dient het beleid gericht te worden bijgesteld naar het meest doeltreffende en goedkoopste smal-spectrum middel.

  • Route van toediening (oraal of parenteraal):

De (bij ernstige infecties) vereiste hoge serum- resp. weefselspiegels kunnen bij veel antibiotica (b.v. ß-lactams) slechts worden bereikt bij parenterale (iv) toediening, zodat dit laatste dan ook meestal de voorkeur verdient. Bij ciprofloxacine, co-trimoxazol, clindamycine en fluconazol echter is de biologische beschikbaarheid oraal nagenoeg 100%, zodat men uit kostenoogpunt bij deze middelen bij voorkeur oraal dient te behandelen, eventueel na een oplaaddosis intraveneus. Ook ß-lactam antibiotica kan men goed oraal geven, zij het dat hogere doseringen oraal veelal niet worden verdragen, zodat orale toepassing beperkt is tot die infecties die men met lagere doseringen kan behandelen.

 

Bron

Apobacter Tubantiae