algemene principes

Opmerkingen

Indicatie:

Operatieve ingrepen worden ingedeeld volgens het risico op wondinfecties in:
- schoon (risico < 5%).
- schoon-besmet (risico 5 tot 10%).
- besmet (risico 10 tot 20%).
- vuil (risico > 20%).

Antibiotica worden profylactisch gegeven omdat zij het infectierisico significant verminderen bij schoon-besmette en besmette ingrepen.
Vuile ingrepen, waarbij de contaminatie zo massief is dat met grote frequentie wondinfectie optreedt, zoals de behandeling van de perforatie van een hol orgaan >24 uur oud, behoeven meerdaagse therapie.

Bij schone ingrepen weegt het kleine voordeel van antibiotica niet op tegen de mogelijke nadelige gevolgen (allergie, toxiciteit, selectie van resistente stammen, hogere kosten). Uitzondering zijn schone ingrepen waarbij infectie desastreuze gevolgen heeft, zoals bij inbrengen van (gewrichts)prothesen.

Indicaties voor profylaxe:

- schone ingrepen: geen profylaxe.
- schone ingrepen met inbrengen van prothesen: perioperatieve profylaxe.
- schoon-besmette en besmette ingrepen: perioperatieve profylaxe.
- vuile ingrepen: therapie.

Keuze:

In regel moet het antibioticum van keuze bij perioperatieve profylaxe werkzaam zijn tegen Staphylococcus aureus, de voornaamste verwekker van wondinfecties. Voor besmette ingrepen onder het diafragma is een spectrum gericht tegen de voornaamste Enterobacteriaceae uit de darm vereist. Tevens dient men bij darm- en gynaecologische chirurgie en sommige operaties in het KNO-gebied een middel met anti-anaërobe activiteit toe te voegen.
Eénvormigheid en eenvoud zijn zeer belangrijk om de kans op fouten te verminderen. Bovendien is het wenselijk om in de profylaxe een middel te gebruiken wat men niet in de therapie gebruikt. Dit heeft belangrijke voordelen voor de logistiek en heeft tot doel selectie van resistentie te beperken.

De SWAB adviseert daarom:
het eerste generatie cefalosporine cefazoline 2 g iv. Voor ingrepen waarbij binnen een uur na gift van de cefazoline de wond gesloten wordt, volstaat 1 g iv.
gecombineerd met metronidazol iv (500 mg) wanneer een anaëroob spectrum nodig is.

Timing:

- Om adequate timing van perioperatieve antibiotische profylaxe te garanderen vóór en tijdens de operatie moet deze de verantwoordelijkheid zijn van de anesthesist.

- Perioperatieve antibiotische profylaxe moet binnen 60 minuten voor incisie worden toegediend, idealiter op het moment van aanvang van anesthesie.

- In geval van vancomycine, dat in geval van de standaarddosis van 1 g in een uur kan worden toegediend, en ciprofloxacine, waarbij in een uur maximaal 400 mg toegediend kan worden, geldt dus dat de infusie minimaal een uur voor incisie moet beginnen.

 

STANDAARD DOSERING

- cefazoline iv 2000mg*, herhalen bij operatieduur > 4 uur

- metronidazol iv 500mg, herhalen bij operatieduur > 8 uur

- clindamycine iv 600mg, herhalen bij operatieduur > 6 uur

- vancomycine iv 1000mg#, herhalen bij operatieduur > 12 uur 

* bij wondsluiting binnen 1 uur na toedining cefazoline iv kan worden volstaan met 1000mg

# starten tot 120 minuten voor de ingreep gezien de benodigde inlooptijd

 

AANGEPASTE DOSERING OBESITAS

- cefazoline iv 3000mg (BMI > 40)

- metronidazol iv 500mg (geen aanpassing)

- clindamycine iv 900mg (gewicht > 180kg)

- vancomycine iv 10mg/kg (gewicht > 100kg)

Zie standaard dosering schema voor de indicaties voor het herhaald toedienen van profylaxe bij een verlende operatieduur.

Bronnen

Categorie
Metadata

Swab vid: G-8790.3
Bijgewerkt: 06/01/2021 - 14:05
Status: Published